Rickenbacker dankt zijn bekendheid vooral aan zijn ontwerpen uit de jaren 50 en 60 en aan de 12-string elektrische gitaar die eind jaren zestig door onder andere The Byrds en The Beatles werd bespeeld.
Adolf Rickenbacker emigreerde in 1918 naar de VS, vestigde zich in de omgeving van Los Angeles en richtte daar met succes een bedrijf op dat diverse metalen en kunststof onderdelen vervaardigde.
Een van zijn klanten was de gitaarfabrikant National uit Los Angeles.
Beauchamp en Barth, twee technici bij National, ontwikkelden het eerste elektrische element voor gitaar. In 1931 werkte hun prototype en bouwden ze het in op de "Frying Pan" (de braadpan, zo genoemd omwille van zijn kleine ronde body en lange steel).
Dit was de eerste gitaar met een elektromagnetisch element en de Frying Pan is dus de stamvader van alle moderne elektrische gitaren.
In 1932 richtten zij tezamen met Rickenbacker de firma Ro-Pat-In op en begonnen met de commerciële productie van een in aluminium gegoten versie van hun Frying Pan.
Initieel stond op de headstock de naam Electro, maar vanaf 1934 werd de naam Rickenbacker vermeld en werd de firma Ro-Pat-In omgedoopt tot Electro String Instrument Company.
In deze periode werden ook enkele elektrische "Spaanse" jazzgitaren gebouwd.
Tijdens de 2de wereldoorlog werd de productie van muziekinstrumenten stopgezet.
In 1953 verkocht Rickenbacker, omwille van het matig succes van zijn elektrische Spaanse gitaren, een deel van zijn bedrijf aan Francis Hall.
Hall was de eigenaar van Radio-Tel, een groothandel in radioonderdelen, en had destijds Fender gitaren en versterkers verdeeld, maar hij wou absoluut zijn eigen gitaren produceren.
In 1954 kwam de Duitser Rossmeisl, die eerder bij Gibson werkte, in dienst bij Electro.
Rossmeisl ontwierp de nieuwe, succesvolle, 300-reeks.
In deze periode verschenen ook de typische "toaster-top" elementen (zo genoemd omdat de verchroomde afdekplaatjes sterk aan een broodtoaster deden denken) en de tweedelige slagplaat.
In 1963 begon men bij Rickenbacker aan het ontwerp van een elektrische 12-string gitaar; tot dan toe bestonden er enkel akoestische 12-strings.
In 1964 gingen The Beatles optreden in de Ed Sullivan-show en Rickenbacker richtte in het Savoyhotel in New-York een speciale stand in om zijn nieuwe gitaren te promoten.
George Harrison kreeg een van de drie experimentele 12-strings en John Lennon kreeg een nieuwe 325.
De Sullivan-shows waren destijds uitermate populair en omdat The Beatles tijdens de show op hun nieuwe Rickenbackers speelden werden ook de Rickenbacker-gitaren immens populair.
De 12-strings gingen als warme broodjes over de toonbank en heel wat popiconen uit de sixties bespeelden een 12-string.
In 1965 werd het bedrijf Radio & Television Equipment omgedoopt tot Rickenbacker Inc.
Begin jaren 70 nam de vraag naar Rickenbacker gitaren af, maar nu waren hun basgitaren enorm populair.
In de 80's werden in beperkte genummerde oplage heel wat signature modellen uitgebracht: Townshend, Lennon, McGuinn, Petty, ...
Momenteel is Rickenbacker een gezond bedrijf dat nog een lange en mooie toekomst voor zich heeft.

Dave Stewart (Eurythmics)

330

George Harrison


The Who met Jimi Hendrix

325

John Deacon (Queen)


John Lennon

360/12

Lemmy Kilmister (Motörhead)


Paul McCartney

360 Fireglo

Roger McGuinn (The Byrds)

The Edge (U2)

660

Tom Petty

| Home | Music | Pictures | Flash | Math for fun | Contact | Sitemap | Disclaimer |
| JWLS © 2016 |